Home What do we offer ? Contact Video

TRAININGS

7/01/2015 - Territoriumgevechten of Netwerken

‘Samenwerken’ is één van de vier belangrijkste elementen van elk nieuw zorgmodel. In theorie kan haast niemand er tegen zijn, maar in de praktijk loopt het nog lang niet goed. We zijn bang onze autonomie te verliezen of zelfs een deel van onze taken door de vingers te zien glippen. En toch moeten we er aan beginnen. Hoe doe je dat ?

Contouren en krachtlijnen

Het kan misvorming of masochisme zijn, maar ik lees graag RIZIV documenten. Zeker wanneer ze over de toekomst gaan. Recent behoorden het nieuwe MedicoMut akkoord en de Oriëntatienota over ‘langdurige geïntegreerde zorg’ (het nieuwe buzz word voor ‘chronische zorg’) tot het lekkere leesvoer.

Op en tussen de lijnen zie ik beelden verschijnen van de toekomst van ons zorgsysteem. De contouren en krachtlijnen worden steeds duidelijker:

  1. longitudinaal, patiënt-centraal denken en handelen
    (niet “per prestatie en vandaag” maar “per patiënt en voor een langere duurtijd”);
  2. EBM en protocol als leidraad
    (niet “zoals ik het gewoon ben te doen” maar “zoals we dat samen en op basis van evidentie hebben gepland, maar waar we om goede redenen nog steeds van mogen afwijken”);
  3. kwaliteitsindicatoren en benchmarken worden het nieuwe normaal
    (niet “ik denk dat ik het goed doe” maar “we produceren al doende de data die we nodig hebben om onze kwaliteit naar elkaar toe transparant te maken, om ervan te leren”);
  4. samenwerken en netwerken
    (niet “ik kan het allemaal en trek mijn plan” maar “we verdelen het werk en kunnen op elkaar rekenen, in vertrouwen”);

Nieuwe ingrediënten en smaken in de keuken
Er zijn allicht nog veel meer essentiële karakteristieken te benoemen, maar elk goed zorgmodel van de toekomst bevat een mix van bovenstaande vier elementen. Het zijn geen alledaagse ingrediënten in onze zorgkeuken. Ze lijken (van op afstand) lekker en sommigen willen er wel eens van proeven. Maar de meeste kijken er argwanend naar en staan zeker niet te springen om er dagelijks mee te koken.

Dus moeten we ons de vraag stellen hoe we van droom naar daad kunnen geraken. Dat is een change management vraagstuk. Zo zit je meteen op het terrein van gedrag en motivatie. Processen 'onder de waterlijn' van onze geest. Argumenteren en wetenschappelijk bewijzen zijn nuttig, maar niet doorslaggevend om mensen – en zeker zorgverstrekkers – te helpen hun gewoontes los te laten en nieuwe dingen uit te proberen en te aanvaarden. Cultuur, gewoontes en percepties verander je zo niet. Daarvoor moet je niet vergeten te werken op niveau van emoties en 'gevoel'.

Experimenteren, vertrekkend van concrete casussen
Want ja, veranderen is een proces van kennismaken, overwegen, proberen en dan pas aanvaarden en toepassen. Elk nieuw zorgmodel en elke verandering van werkwijze moet dus omkaderd worden met een begeleidings- of change management plan.

Het RIZIV heeft dit goed begrepen en zet maximaal in op “experimenteren”. Dat is niet niet zomaar ‘proberen’. Het is een aanpak die goed gestructureerd moet verlopen, zonder daarom ‘doodgeregeld’ te worden. Creativiteit, co-creatie en enthousiasme zijn even belangrijk of nog belangrijker (?) dan structureren, meten en evalueren. Zowel bij het uittekenen van concepten als bij het plannen van de concrete uitvoering, helpt het te vertrekken van een aantal concrete casussen (patiënten verhalen die een zo getrouw mogelijk beeld geven van de reële omstandigheden).

Dat helpt om niet te verzuipen in veel theorie en eerder te focussen op wat essentieel is voor de uiteindelijke beneficiary (de patiënt) en wat praktisch en pragmatisch het meest efficiënt is te doen.  

Een mooie maar inefficiënte archipel

Van de vier bovenstaande krachtlijnen is allicht de laatste de moeilijkste. Want een cultuur van echt samenwerken hebben we nauwelijks. Bekijk het huidige landschap van de zorg en je ziet een archipel van eilandjes. Mooi om zien, maar weinig efficiënt wanneer je als patiënt van het ene naar het andere moet.

Maar het is niet alleen een zaak om bruggen te bouwen. Het delen van taken en verantwoordelijkheden in de zorg gaat veel verder dan enkele magere ‘passerelles’ voorzien.

Medicatie eilanden
Neem het probleem van de medicatie. Diverse artsen schrijven voor, meerdere apotheken kunnen afleveren, de patiënt kan tussendoor nog eens opgenomen en ontslagen worden uit een ziekenhuis. Vandaag houdt elk van hen een ‘gedeeltelijk’ dossier bij over de medicatie, gebaseerd op een (lastige en steeds onvolledige) anamnese of een bevraging van de patiënt, aangevuld met wat de arts zelf voorschrijft of wat hij/zij als GMD houder registreert vanuit verslagen van bezochte collega’s. Apothekers hebben een eigen farmaceutisch dossier en – als ze een beetje vooruitziend zijn – de aanzet van een digitaal ‘gedeeld farmaceutisch dossier’. Een aanzet, want zo lang niet alle apothekers gemotiveerd worden om elke aflevering (vanzelf) te registreren op het gedeelde platform, blijft de kans bestaan dat een patiëntendossier onvolledig is, ook wanneer de patiënt instemt met het delen van zijn gegevens.

Aan den lijve ondervinden wat het betekent
Allicht zijn de twee meest relevante redenen waarom we aarzelend staan tegenover het systematisch delen van de nodige gegevens over medicatie:

  • we hebben zelf nog niet of onvoldoende meegemaakt als patiënt wat er allemaal kan fout lopen bij gebrek aan goed en vlot gedeelde medicatie informatie. (Anders was je vanzelf overtuigd van het nut of de noodzaak);
  • we hebben territoriumangst. Bewust of onbewust vinden we dat de informatie die we zelf hebben verzameld te veel waarde heeft om ze ‘zomaar’ te delen. (Of vinden we het misschien niet leuk dat anderen kunnen zien wat wij hebben gedaan: schrik van op de vingers te worden bekeken is ook een vorm van territoriumangst).

Hoe helpen we onszelf daar van af ?

Netwerken met buikgevoel
Net als ‘liefde’ is ‘netwerken’ een werkwoord. Beschouw lokale samenwerking dus als een ‘mariage de raison’ en ga dus lokaal eens samen aan tafel zitten om aan ‘relatietherapie’ te doen. ook hier is vertrekken van enkele real life casussen een prima uitgangspunt. Want dan ervaar je het best waar de knelpunten zitten, welke de meest relevante gegevens zijn en waarom of hoe je ze best kan delen.

Denk er ook aan dat elkaar overtuigen geen kwestie is van argumenteren met (voor jezelf) rationele elementen. Mensen veranderen veeleer van gedacht wanneer hun buikgevoel – hun emoties – aangesproken worden en ze ‘voelen’ dat iets moet gebeuren. Juist daarom zijn cases (in feite ‘verhalen’) zo’n krachtig instrument. Net als bij storytelling kan elk individu er zijn eigen ‘waarheid’ in vinden. De reden waarom iemand wil gaan samenwerken is niet steeds dezelfde waarom iemand anders dat wil; drijfveren hoeven niet dezelfde te zijn, om toch vruchtbaar en in vertrouwen gegevens te delen en samen te werken.

The future is already here.
Wacht dus niet te lang om aan morgen te timmeren.

Ik begin dinsdag a.s. alvast aan een nieuwe reeks van 20 sessie ‘Prepare for the Future (P4F 2015)’.
En ik heb er zin in!

Dirk BROECKX – 7 januari 2015

REAGEER

 

 


‹‹Back






Copyright © 2019 Dirk Broeckx – All rights reserved.
Privacy beleid | Sitemap
webdevelopment Siteffect