Home What do we offer ? Contact Video

TRAININGS

1/09/2014 - Together We Count (Zorgnet Vlaanderen)

We beleven uitzonderlijke tijden. Midden in een tijd van crisis, terwijl een nooit gezien coalitie wordt gevormd en terwijl de wereld niet zo ver van hier weer eens in brand staat, publiceert Zorgnet Vlaanderen plots – bottom-up ! – een compleet plan voor het hertekenen van het ziekenhuisbeleid. In 50 bladzijden schetst het hoe men via co-creatie tussen overheid en instellingen komt tot een “patiëntgerichte financiering van algemene ziekenhuizen”.

De titel (“Together we count”) mag dan al wat trendy klinken, de inhoud verdient alleszins aandachtige lectuur. KLIK HIER om de volledige tekst (in pdf) te lezen.

Het is immers geen eisenbundel of “pro domo” pleidooi ten behoeve van de regeringsonderhandelaars. Johan Kips (samen met een ploeg beslagen experts uit de sector) beschrijft moedig waar het huidige organisatie- en financieringsmodel faalt, hoe dat verbeterd kan worden en waar men – om te beginnen binnen de sector zelf – geld kan vinden om de nodige transformaties te betalen.

Geen taboes
Dit plan gaat geen taboes uit de weg. Het focust op drie sleuteldomeinen; stuk voor stuk pijnpunten:

  • Middelen vrijmaken
  • Geïntegreerd beleid van ziekenhuis en artsen
  • Waarden en kwaliteit

Niet toevallig worden ze alle drie uitgewerkt in de geest van “netwerken” en samen-werken. (The network always wins !). Het uitgangspunt is wat de patiënt nodig heeft in een ziekenhuis, niet wat het ziekenhuis wil aanbieden. Zo passeren onder meer de revue : EBM zorgtrajecten die aansluiten op wat voor en na ontslag moet gebeuren; meer permanente opvolging (incl. telemonitoring en telemedicine); transparante informatie over zorgkwaliteit; patient empowerment; vlotte en universele gegevensuitwisseling.

Netwerken
Kips e.a. vertrekken vanuit de noodzaak te komen tot informele en formele klinische netwerken. Dat veronderstelt een fundamentele cultuurschok, waarbij de instellingen elkaar niet langer als concurrenten bekijken, maar als partners die aan taakverdeling en onderling afgesproken ‘programmatie’ doen. En het gaat nog verder: naast lokale samenwerking wordt ook gesproken van regionale en supraregionale  klinische netwerking.

De studie vermeldt acht ijkpunten, die de keuze tussen centralisatie of decentralisatie moeten helpen bepalen.

Er is ook uitgebreide aandacht voor het creëren van lokale zorgnetwerken rond de patiënt. Daar wordt al meteen een essentiële doelstelling concreet gemaakt, namelijk het vermijden van onnodige ziekenhuisopnamen door een betere omkadering van chronische patiënten; maar ook door een beter gecoördineerde nazorg, om weder opnames te vermijden.

Die brede visie maakt meteen duidelijk hoe hoog de ambities liggen. Alle geledingen van de zorg en een plejade van stakeholders zullen de neuzen wel in eenzelfde richting moeten krijgen om succes te garanderen.

Een nieuw financieringsmodel met 4 verstandige componenten
Een nieuw zorgmodel zonder degelijk business model is zinloos. “Together we count” beschrijft dus niet alleen wat men inhoudelijk denkt te moeten doen, maar geeft  meteen ook aan hoe dat betaald moet worden.

De tien principes bij de aanhef van dit deel zijn behoorlijk voorspelbaar en algemeen. De vier componenten die er op volgen, zijn dan weer bijzonder interessant. Ze vormen een solide fundament, waarop elk toekomstig vergoedingssysteem gebouwd zou moeten worden:

  1. Budgetbehoud : zorgt voor een macro-economische garantie dat de totale vergoedingsmassa gedurende de overgang naar een nieuw systeem niet vermindert. Zo creëert men een stabiele economische omgeving, waarbinnen de stakeholders “veilig kunnen oversteken” van het huidige naar het nieuwe systeem.
  2. Meerjarenplan : zorgt voor een duidelijk planning en voor voldoende tijd, om een aantal ingewikkelde en fundamentele (culturele !) veranderingen te kunnen realiseren.
  3. Technische en wetenschappelijke onderbouwing : zorgt voor een beleid dat niet gebaseerd is op politieke dogma’s, maar wel op praktisch realiseerbare en EBM onderbouwde stappen, geïnspireerd door best practices en voorbeelden die in het buitenland hun deugdelijkheid hebben bewezen
  4. Kordaat ondernemerschap : is het codewoord voor een nieuwe vorm van publiek-private samenwerking: op basis van eerlijke onderhandelingen en zorgvuldig opgebouwd wederzijds vertrouwen moet elke stakeholder zijn verantwoordelijkheid opnemen. Het lijkt naïef of voluntaristisch, maar het is een noodzakelijke voorwaarde om efficiënt vooruit te gaan en waarschijnlijk de enige remedie om niet vast te lopen in eindeloze (advies)procedures of – erger nog – achterhoedegevechten voor de Raad van State en het Arbitragehof.

Het eigenlijke model, op basis van drie pijlers, geeft meteen de contouren weer van een reeks concrete maatregelen. Maar opgelet: men moet ze eigenlijk lezen tezamen met de vier bovenstaande componenten, om de haalbaarheid ervan te kunnen inschatten.

Pijler 1 (incl. ICT en EPD)

Middelen vrijmaken : door (her)opnames te verminderen en de verblijfsduur zinvol te beperken wil men het nodige geld vinden om een aantal nieuwe dingen te betalen (Deze eerste stap zal slechts worden gerealiseerd indin elke instelling weet dat wat uitgespaard wordt, ook effectief zal terugvloeien in de volgende voorstellen).

Dit principe lijkt een ‘vestzak-broekzak’ operatie, maar het is een verstandige manier om mensen te motiveren om andere dingen prioritair te gaan doen, dan die waar ze vandaag voor betaald worden. Het plan wil duidelijk weg van betaling per stuk of per prestatie, want dan loert het maximaliseren van het aantal prestaties en het aantal opnames weer om de hoek. Daar wordt de patiënt niet beter van.

In deze pijler zit ook een – voor mij persoonlijk alleszins – boeiende passage over “ICT en EPD als hefboom voor netwerken” (EPD = elektronisch patiënten dossier, m.a.w. het samenvoegen van alle elementen – uit de diverse, verspreide bronnen – die samen het volledige digitale beeld geven van het dossier van de patiënt).

Het is opmerkelijk dat dit hoofdstuk verschijnt tussen een reeks “besparinsgmaatregelen”. Maar het bewijst dat verstandig inzetten van ICT in de zorg en via die weg coördinatie en samenwerking bevorderen, de efficiëntie van de zorg drastisch kan verhogen.

Tussen de lijnen staat veel te lezen:

  • stop liever geld in gezamenlijke, gedeelde ICT platformen en -initiatieven, eerder dan het informaticapakket van elke individuele instellingen te blijven financieren. Minder versnipperen van investeringen levert meer waarde voor hetzelfde (of minder) geld;
  • werk planmatig en bottom up: dit verplicht de sector (en zelfs intersectoraal) om vanuit de praktijk samen het eHealth plan verder concreet te maken;
  • gebruik meaningful use als leidraad: deze benadering – overgewaaid van de VS – start met de focus op gestructureerd en gecodeerd registreren van data, vervolgt met de focus op het uitwisselen en delen van gegevens tussen zorgverstrekkers en rondt af met de focus op benchmarking en kwaliteitsverbetering (incl. big data analyse en feedback).

Wat m.i. hier ontbrak is een duidelijke vermelding dat hard gewerkt zal moeten worden aan het gezamenlijk ontwikkelen van standaarden en dat het operationeel maken en beheren van een goed gestructureerd en gedeeld data platform een noodzaak wordt.

Pijler 2 (incl. een oplossing voor de afdrachten)
Het heikele punt wordt niet ontweken. In grote lijnen is het de bedoeling dat (een deel van) wat de artsen vandaag moeten afdragen naar het ziekenhuis voor het gebruik van de infrastructuur niet langer via de artsenhonoraria maar wel rechtstreeks in een investeringsfonds terecht zou komen. Een ander deel van de artsenhonoraria, dat vandaag wordt afgedragen voor de polikliniek (en het personeel dat de artsen daar bijstaat) zou rechtsreeks in de BFM (budget financiële middelen) van het ziekenhuis terecht moeten komen.

Het is een zeer technische passage van de tekst, die allicht door insiders met de fijne kam zal geanalyseerd en bediscuteerd worden. Voer voor veel discussie; maar nu staat er alvast een uitgangspunt op papier.

Pijler 3 (waarde en kwaliteit)
Dit is m.i. het meest vooruitstrevende deel van het plan. Hoe kan men de “waarde” bepalen van wat een ziekenhuis op vlak van gezondheid produceert ?

Dit is de meest fundamentele en existentialistische vraag die men kan stellen in de gezondheidssector. Uiteindelijk draait alles om het produceren van zoveel mogelijk gezondheid. Maar hoe maak je dat meetbaar ? Hoe vat je dat in cijfers ? Kips e.a. doet een eerlijke poging om de contouren van een pay for performance model gestalte te geven. Verder wordt in dit hoofdstuk ook een alternatieve methode aangereikt voor een all-in pathologie financiering. Nog een heet hangijzer.

Conclusie
Er zijn drie ‘grote’ sectoren in de ziekteverzekering: het ziekenhuis, de artsenhonoraria en de geneesmiddelen.

Hier ligt een uniek en origineel plan voor om één ervan alvast op een innoverende en gedurfde manier te transformeren.

Wanneer volgen de anderen ?

Dirk BROECKX – 1 september 2014

REAGEER

 


‹‹Back






Copyright © 2019 Dirk Broeckx – All rights reserved.
Privacy beleid | Sitemap
webdevelopment Siteffect