Home What do we offer ? Contact Video

TRAININGS

7/04/2014 - Midlife Plannen, Mediprima (en Twaalf Stellingen)

Rond je vijftigste loert de midlife crisis, met alle onverwachte levenswendingen van dien. Ook het RIZIV gebruikt zijn 50ste verjaardag (hier en daar eveneens op onverwachte wijze) om zichzelf in vraag te stellen. Het resultaat is een reeks boeiende evenementen met veel netwerkmomenten en uitwisseling van ideeën. Dit levert een reeks toekomstvisies waarbij ik de vingers aflik.

Twee ‘plannen’ liggen me alvast nauw aan het hart. Over het actieplan ‘Geïntegreerde Chronische Zorg’ horen we binnenkort hopelijk meer. Vandaag sta ik even stil bij het ‘Groenboek over de Toegankelijkheid van de Zorg’ dat de complexiteit blootlegt van het zorgen voor de onderbuik van onze maatschappij. Daarbij ontdekte ik ‘MEDIPRIMA’: een nog behoorlijk onbekend eHealth project dat extra aandacht verdient.

(En helemaal achteraan deze bijlage houd ik woord via een laatste ‘lijstje’)

Wanneer het onzichtbare zichtbaar wordt
‘Kan je even naar de bank geld wegdoen, want daarnet betaalde een man ineens meer dan 900€ contant voor zijn aids medicatie’. Dat was zo uitzonderlijk dat alle medewerkers in de apotheek ervan opkeken: niet alleen het bedrag dat één patiënt moest betalen voor iets meer dan één maand behandeling, maar daarenboven het feit dat hij dit contant deed.

We bedienen waarschijnlijk bijna dagelijks patiënten die voor even veel geld aan geneesmiddelen meekrijgen, maar we zien dat nauwelijks. De volledige prijs van elke verpakking staat wel steeds op elk kasticket, maar vermits de remgelden geplafonneerd zijn absorbeert de ‘derde betalende regeling’ al de rest onzichtbaar en dus staan we er nauwelijks bij stil. Zowat iedereen is gedekt door de verplichte ziekteverzekering. De rest wordt ofwel afgerekend met het OCMW ofwel terugbetaald via een private verzekering.

De ziekteverzekering loopt dus zo gesmeerd, dat we opkijken van de zeldzame gevallen waar het vangnet niet functioneert.

18 jaar minder gezond leven
Het ‘Groenboek over de Toegankelijkheid van de Zorg’ spit dit verder uit en legt de complexiteit bloot van de zorg voor de zwakste sociale groepen in de samenleving. Het is een lappendeken van getuigenissen over problemen en mogelijke oplossingen voor diverse ‘lastige gevallen’.

De levensverwachting in gezonde levensjaren voor de laagste sociale klassen ligt vandaag 18 jaar lager dan bij de hoogste klassen. Iedereen die tijd maakt om dit te lezen zit allicht in de hogere klasse en heeft dus het geluk (de luxe) om gemiddeld 18 jaar langer zonder noemenswaardige ziekten te kunnen leven dan de ‘onderbuik’ van de samenleving: mensen zonder papieren, al dan niet ‘op het OCMW’, ongeschoolden, alleenstaanden met een laag loon of mensen die gewoon te weinig verdienen om noodzakelijke zorgen te kunnen betalen.

In deze groepen lopen de gezondheidskosten vaak sneller en hoger op (wegens meer recidieven en onvoldoende secundaire en tertiaire preventie). Vermits ‘health litteracy’ laag is, halen de meeste primaire preventiecampagnes (zoals artikels, gezondheidstijdschriften, folders of affiches) weinig uit.

Meer dan remgeld alleen
De zorg toegankelijk maken en ‘equity’ voor iedereen, behelst dus veel meer dan het voeren van beleid inzake remgelden. Ook hier is een geïntegreerd plan met een divers palet van actiepunten aan de orde.

By the way: de MAF (maximum factuur) en sociale derde betalende regel (binnenkort verplicht?) zijn stappen in de goede richting, maar bij een volgende herziening van remgelden zou men misschien ridicuul lage bedragenkunnen wegwerken. Ze hebben een averechts (‘ontremmend’) effect, want mensen gedragen zich niet rationeel en zien bedragen onder 1 of 2 euro eerder als een aanmoediging dan als een rem op gezondheidsconsumptie. (Zie een ander mooi voorbeeld in bijgaand kader).

Meer tijd voor administratie dan voor zorg
Illegalen kunnen alleen dringende medische hulp krijgen. Voor legaal verblijvende vreemdelingen of mensen die OCMW steun genieten, worden de kosten van medische hulp geheel (bij ‘onverzekerden’) of gedeeltelijk (bij verzekerden alleen de remgelden) door het OCMW aan de zorgverstrekker vergoed.

 

 

In de praktijk zorgen deze patiënten steeds voor hoofdbrekers: Hebben ze recht op de voorgeschreven zorgen ? Onder welke regeling vallen ze ? Aan wie moet de factuur gezonden worden en zal die wel effectief terugbetalen: de Staat en/of het bevoegde OCMW; maar hetwelke is dat dan…? De administratieve afwikkeling is een ware papierslag. Mits de nodige voorzichtigheid scheur je je broek niet, maar de tariferingsdienst (die de facturatie en uitbetaling op zich neemt) besteedt er disproportioneel veel tijd aan.

Het is een mooi voorbeeld van inefficiëntie in de zorg: aan 98% van de (normaal verzekerde) patiënten besteden we waarschijnlijk even veel administratie, tijd en kosten als aan aan de resterende 2% (die onder deze speciale regelingen vallen). Voor de meest behoeftige patiënten gaat zo goed als zeker meer tijd op aan administratie dan aan zorg !

MEDIPRIMA
Daarom was ik zeer gelukkig dit project  te ontdekken. De Mediprima handleiding beschrijft in detail hoe het systeem werkt. In grote lijnen ziet het er als volgt uit.

Via een heuse netwerksamenwerking tussen diverse administraties realiseert deze eHealth dienst in één klap volgende doelstellingen:

  • de beslissing tot tenlasteneming wordt gestroomlijnd en geïnformatiseerd;
  • de terugbetaling vanuit alle diverse OCMW’s en administraties wordt gecentraliseerd (alleen via de Hulpkas (HZIV), zeg maar het ‘reservewiel’ onder de ziekenfondsen);
  • de controleprocedures worden geüniformiseerd en transparanter.

Dus: iedereen weet sneller waar hij aan toe is, met minder administratieve last en meer rechtszekerheid en betalingsgaranties.

De procedure loopt in drie stappen:

  • Het OCMW onderzoekt de aanvraag tot tenlasteneming van de patiënt en stopt –op gestandaardiseerde wijze – alle gegevens over de beslissing tot vergoeding voor  een welbepaalde persoon in de centrale Mediprima databank. (Hiermee worden meteen dubbele dossiers vermeden).
    Er wordt een document met foto van de betrokkene (!) en eventueel een lijst van personen ten laste meegegeven. Dat geeft op zich geen terugbetaling, maar bevat wel het identificatienummer dat toegang geeft tot de elektronische gegevens.
  • De zorgverstrekker kan nu op de foto zien voor wie de zorg bestemd is en consulteert online de Mediprima databank. Zo krijgt men duidelijke informatie welke prestaties of producten vergoed zullen worden en welke niet. (Artsen kunnen via een bepaalde procedure nog steeds dringende medische hulp geven, zelfs zonder voorafgaande toestemming).
  • De facturatie loopt via de klassieke elektronische weg (MyCareNet, Carenet), uitsluitend naar de HZIV. (Deze laatste splitst uit en rekent af met de diverse administraties).

Waar het om draait
Wanneer je de hele handleiding bekijkt, kan je nog steeds de vraag stellen of deze procedures niet eenvoudiger konden ? Zoals vaak lijkt men de vroegere papiermolen in grote lijnen bewaard te hebben, zonder veel te schrappen. En voorlopig is dit project alleen nog maar gestart in de ziekenhuizen.

Toch kijk ik al uit naar de uitrol naar verpleegkundigen, apotheken, huisartsen, kinesisten, enz.  Want dit soort projecten zorgen voor de tastbare en meetbare meerwaarde van eHealth. Naast ‘beter gecoördineerde zorg’, is administratieve overlast inperken immers de belangrijkste doelstelling. Minder stress en minder paperassen, zorgt voor meer tijd voor de zorg; daar draait het uiteindelijk allemaal om.

Twaalf Stellingen (een initiatief van gewaardeerde oudstrijders)
Tot slot iets helemaal anders…

Belofte maakt schuld. Oudstrijders van de sociale zekerheid Yvo Nuyens (prof emeritus sociologie KUL en UA) en Guy Tegenbos (senior editor bij De Standaard) brachten enkele maanden geleden een groep opinieleiders bij elkaar om samen een lijst aanbevelingen te maken voor volgende regering.
Een consensus bereiken tussen bonte verzameling doorwinterde belangenvertegenwoordigers was geen sinecure, maar het lukte. Iets verderop kan je hun ‘twaalf stellingen’ rond zes thema’s ontdekken.

Op vraag van de initiatiefnemers vestig ik hier graag de aandacht op hun ‘lijstje’, want belofte maakt schuld.

Het zal zeker niet het laatste zijn dat de onderhandelaars van ‘regering in wording’ na 25 mei op tafel zullen krijgen. Maar het is wel voorlopig het laatste lijstje dat ik hier serveer. Na de 10 krijtlijnen van Jo De Cock (Bakens voor de Toekomst bij 50 jaar RIZIV), de 10 pijlers van Lieven Annemans (De Prijs van uw Gezondheid) en de 10 denkpistes van mezelf (Mijn Lijstje), volgen hierna de twaalf ‘Stellingen’.

Je vindt er concrete actiepunten rond de meeste actuele thema’s, kant-en-klaar geschreven voor de volgende regeringsverklaring. Je herkent vast de hartenwensen van de enkele gekende opiniemakers.

Dirk BROECKX – 7 april 2014

REAGEER

 

Participatie
(Guy Tegenbos, Hendrik Van Gansbeke, Wim Distelmans, Herman Nys, Ilse Weeghmans, Yvo Nuyens)

  1. In de komende regeerperiode moet een Handvest van de patiënten de collectieve patiëntenrechten verankeren; dat moet vastleggen waar ze recht hebben op informatie, advies, consultatie, medebeheer en medebeslissing.
  2. In de komende regeerperiode moeten de Vlaamse en de federale overheden erkennings- én financieringsregelingen vastleggen voor patiënten-organisaties die aan individuele én aan collectieve belangenbehartiging doen, alsook voor de platformen die de stemmen van die afzonderlijke organisaties tot een geheel smeden.

Gezondheidskloof
(Jan De Maeseneer, Louis Ferrant, Werner Rogiers, Guy Tegenbos, Yvo Nuyens)

  1. In de komende regeerperiode moet de groeiende gezondheidskloof – de toename van  de sociaal-economische gezondheidsverschillen - worden omgebogen naar een substantiële afname ervan. Zeker één operationalisering daarvan  - de afname van de verschillen in de verwachte gezonde levensjaren - moet een nieuwe gezondheidsdoelstelling worden.  
  2. De toegang tot eerstelijnsgezondheidszorg voor patiënten ingeschreven in eerstelijnspraktijk dient drempelloos te zijn.  Dit betekent dat hoogstens een minieme bijdrage  wordt gevraagd.

Preventie
(Carine Van Wanseele, Guy Tegenbos, Paul Van Royen, Yvo Nuyens  )

  1. Het budget voor preventie moet tijdens de volgende regeerperiode opgetrokken worden tot het Oeso-gemiddelde, dus tot minstens 3% van het nationale budget voor gezondheidszorg.
  2. Omdat de sociale gezondheidskloof zich al vanaf de geboorte manifesteert, moet minstens 25% van dit stijgend budget voor preventie, in kinderen worden geïnvesteerd. Daarbij moet veel aandacht gaan naar sociale determinanten als opvoeding en onderwijs, zorg, wonen, inkomen, voeding… en dat impliceert meteen dat andere beleidssectoren ook hun steen moeten bijdragen.

 Ziekenhuisfinanciering
(Dirk Ramaekers, Lieven Annemans, Raf Derycke, Peter Degadt)

  1. Er moet een sterke concentratie komen van erg specifieke behandelingen zoals slokdarmkanker en alleen in die ziekenhuizen/expertisecentra wordt de behandeling nog terugbetaald.
  2. In alle ziekenhuizen moet er in alle specialismen en zowel voor ambulante als voor alle gehospitaliseerde patiënten tariefzekere zorgverlening komen.

Geestelijke gezondheidszorg
(Dirk De Wachter, Raf Derycke, Jan De Lepeleire, Paul Van Royen, Yvo Nuyens)

  1. De vermaatschappelijking van de geestelijke gezondheidszorg  moet  worden verder gezet voor alle doelgroepen, met bijzondere aandacht voor kinderen en jongeren. Samenwerking tussen alle betrokken partners (1ste, 2de en 3de lijn) en sectoren (gezondheid, welzijn, arbeid, wonen, gewoon en buitengewoon onderwijs…)in een netwerk binnen één werkingsgebied is de sleutel voor een globaal vraaggericht aanbod.
  2. Het meerjarenplan Onkelinx-Vandeurzen moet onverkort en prioritair worden uitgevoerd om alle geïnterneerden een kwaliteitsvolle behandeling, verzorging en begeleiding te garanderen buiten de gevangenissen. Dit vergt de oprichting van  twee forensische psychiatrische centra (Gent en Antwerpen) die volwaardige zorginstellingen moeten zijn ; dit vergt ook de herziening en uitvoering van de interneringswet.

Het nieuwe werken
(Peter Degadt, Herman Nys, Paul Van Royen)

  1. Zorgorganisaties moeten  gezondheidswerkers meer flexibel kunnen inzetten, zowel over afdelingen heen als buiten de muren van de voorziening. De nieuwe functies als case manager, en de  nieuwe beroepen als praktijkassistent en nurse practitioner, maken het nodig de normering en het KB nr 78 dat de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen regelt, grondig te herzien.
  2. Een rechtvaardiger en meer attractieve verloning is nodig. Voor alle medewerkers in de zorg moet de beloning afhankelijk worden van de uitgeoefende functie en de benutte competenties. De verloning van diensthoofden en hoofdverpleegkundigen moetent adequater worden. In de verloning van artsen moet een halvering van de inkomensverschillen tussen de verschillende specialismen de volgende 7 jaar op de agenda staan.

 


‹‹Back






Copyright © 2019 Dirk Broeckx – All rights reserved.
Privacy beleid | Sitemap
webdevelopment Siteffect